Kunstschaatsen: de sport waar kracht en gratie samenkomen op het ijs

Kunstschaatsen is een sport die mensen al meer dan honderd jaar in zijn ban houdt. Op het eerste gezicht lijkt het alsof schaatsers moeiteloos over het ijs glijden, maar achter elke sprong en pirouette gaat jarenlang hard trainen schuil. Het is een sport die techniek, kracht, ritme en expressie combineert op een manier die weinig andere sporten dat doen. Of je het nu live ziet of op televisie volgt, het laat bijna niemand onberoerd.

De geschiedenis van het kunstschaatsen

De wortels van het kunstschaatsen liggen in de achttiende eeuw. In die tijd was schaatsen vooral een manier om van A naar B te komen op bevroren rivieren en kanalen. Langzaam groeide het uit tot een kunstvorm. In 1892 werd de Internationale Schaatsunie opgericht, die de regels voor de sport vastlegde. Sindsdien heeft het figuurschaatsen, zoals het ook wel wordt genoemd, een enorme ontwikkeling doorgemaakt. De eerste Olympische Spelen waarbij kunstschaatsen op het programma stond, waren de Zomerspelen van 1908 in Londen. Dat was bijzonder, want ijs op de Zomerspelen kende je eigenlijk niet. Pas vanaf 1924 hoorde de sport definitief bij de Winterspelen. In de loop van de twintigste eeuw kwamen er steeds moeilijkere elementen bij, zoals de triple Axel en de quad, sprongen waarbij een schaatser drie of vier keer ronddraait in de lucht. Wat begon als een eenvoudige tijdsbesteding groeide uit tot een van de meest bekeken sporten op de Winterspelen.

Wat schaatsers op het ijs moeten beheersen

Een kunstschaatser heeft meer vaardigheden nodig dan de meeste mensen denken. Sprongen zijn het meest zichtbaar, maar ze zijn slechts één onderdeel van het geheel. Schaatsers leren ook hoe ze soepel en krachtig kunnen rijden op de schaats, hoe ze pirouettes uitvoeren met een hoge draaisnelheid en hoe ze met hun bewegingen muziek tot leven brengen. Bij paarrijden komt daar nog een extra laag bij: twee schaatsers bewegen als één geheel, waarbij optillingen en worpen voor spectaculaire momenten zorgen. IJsdansen lijkt dan weer op dansen, maar dan op schaatsen. Hierbij is de verbinding tussen de twee partners en de muzikaliteit erg belangrijk. In de solodiscipline beoordeelt de jury zowel de technische uitvoering als de presentatie. Punten worden gegeven voor de kwaliteit van sprongen, de houding van het lichaam en de manier waarop een schaatser het publiek raakt. Het vraagt dus zowel sportieve als artistieke kwaliteiten.

Bekende namen uit de wereld van het figuurschaatsen

Door de jaren heen heeft de sport veel grote namen voortgebracht. De Amerikaan Scott Hamilton won in 1984 olympisch goud en staat bekend om zijn energie en glimlach op het ijs. Katarina Witt uit Oost-Duitsland won twee keer olympisch goud en groeide uit tot een van de meest herkenbare gezichten van de sport. Meer recent maakte de Japanner Yuzuru Hanyu indruk met zijn perfecte techniek en zijn vermogen om een heel verhaal te vertellen met zijn schaatsprogramma. Hij was de eerste man die een vierdubbele sprong combineerde met een hoge artistieke score. Ook Michelle Kwan geldt als een legende: ze won negen keer de Amerikaanse titel en twee wereldtitels. In Nederland is kunstschaatsen minder groot dan het langebaanschaatsen, maar ook hier zijn er getalenteerde schaatsers die op internationaal niveau meedoen. De sport leeft wereldwijd, met sterke tradities in landen als Rusland, Japan, de Verenigde Staten en Canada.

Beginnen met schaatsen op de kunstschaats

Veel mensen die beginnen met kunstschaatsen, starten op jonge leeftijd, maar dat hoeft zeker niet. Er zijn schaatsbanen in Nederland die lessen aanbieden voor kinderen en volwassenen, van beginner tot gevorderd niveau. De kunstschaats zelf ziet er anders uit dan een gewone schaats. Het blad is korter en heeft aan de voorkant kleine tandjes, de zogeheten picks of tanden. Die gebruik je om af te zetten bij sprongen en pirouettes. Een goede les begint met het leren van de juiste houding, valbreking en eenvoudige draaibewegingen. Geleidelijk bouw je dat op naar moeilijkere elementen. Wie serieus wil worden, traint meerdere keren per week en werkt ook buiten het ijs aan kracht en soepelheid. Voor de recreatieve schaatser is er gelukkig ook een laagdrempelige versie: gewoon genieten van het rijden op de kunstschaats, zonder wedstrijddoelen. Het is een sport die je op je eigen tempo kunt beoefenen.

Veelgestelde vragen over kunstschaatsen

Vanaf welke leeftijd kan een kind beginnen met kunstschaatsen?
Kinderen kunnen beginnen met kunstschaatsen vanaf ongeveer vier à vijf jaar. Op die leeftijd zijn ze motorisch klaar om te leren balanceren op schaatsen. De meeste schaatsbanen bieden speciale beginnerslessen aan voor jonge kinderen, waarbij het spelenderwijs leren centraal staat.

Wat is het verschil tussen kunstschaatsen en ijsdansen?
Het verschil tussen kunstschaatsen en ijsdansen zit in de regels en de nadruk. Bij kunstschaatsen en paarrijden zijn sprongen en worpen toegestaan en worden die ook beoordeeld. Bij ijsdansen zijn grote sprongen en optillingen boven het hoofd verboden. Ijsdansen draait meer om de samenwerking, de muzikaliteit en de danspassen van het koppel.

Hoe worden schaatsers beoordeeld bij een wedstrijd?
Bij een kunstschaatswedstrijd beoordelen juryleden twee onderdelen apart. Ten eerste de technische score: hoe goed worden de sprongen, pirouettes en andere elementen uitgevoerd? Ten tweede de programmacomponenten: hoe overtuigend, muzikaal en expressief is het optreden als geheel? De twee scores samen bepalen het eindresultaat.

Zijn er goede plekken in Nederland om kunstschaatsen te leren?
In Nederland zijn er schaatsbanen in steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht waar lessen in kunstschaatsen worden aangeboden. Veel banen werken samen met lokale rijverenigingen waar je je als lid kunt aanmelden. Via de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond kun je meer informatie vinden over clubs bij jou in de buurt.

Nach oben scrollen